ZENVERHAAL

ZENGROEP STEENWIJK

In Zenkringen doet het volgende verhaal de ronde:

 

Er was eens een man en er was eens een paard. Het paard galoppeert snel en het lijkt of hij zijn berijder naar een belangrijke bestemming voert. Een andere man, die langs de weg staat, roept: “Hé waar ga je heen?” De eerste man kijkt achterom terwijl het paard langs de toeschouwer dendert en zegt: “Ik weet het niet! Dat moet je aan het paard vragen!”

 

Dit verhaal is natuurlijk niet zomaar een verhaal maar ook het verhaal van vele mensen in onze tijd. Misschien zelfs wel ons verhaal! Wij rijden op een paard, we weten niet waar we heengaan en we kunnen het ook niet stoppen. Het paard is de energie van onze gewoonten die ons voortsleept en wij zijn compleet machteloos er tegen. We worstelen ermee, zelfs op de momenten dat we in rust zouden moeten zijn. We zijn innerlijk in oorlog en kunnen dat door het minste of geringste uitbreiden naar anderen. De t.v. gaat aan en vervolgens weer uit. We pakken een boek en leggen het weer weg. We zijn geagiteerd en kunnen de rust niet vinden. We zijn “onszelf” niet zeggen we dan.

 

In feite zijn we er steeds niet bij: steeds zijn we afwezig. We drinken een kopje thee maar proeven nauwelijks wat we drinken. We zitten naast de persoon van wie we houden maar zijn nauwelijks bewust van haar of zijn aanwezigheid. Altijd zijn we ergens anders! In het verleden of in de toekomst maar nooit in het nu! Het paard draagt ons voort en we kunnen alleen maar meegaan.

 

De kunst om te leren stoppen, ons denken te stoppen, zouden we ons weer eigen moeten maken. Het zou goed zijn onze afwezigheid, de sterke emoties die ons regeren, weer in de hand zien te krijgen. Maar hoe doen we dat?

 

Boeddhistische meditatie omvat twee dingen – shamatha en vipashyana. Vaak leggen we grote nadruk op het laatste het ‘goed kijken’ ofwel ‘diepgaand onderzoeken’- dat ons inzicht kan brengen. Maar de beoefening van het eerste aspect, het stoppen, is essentieel. Als we niet kunnen stoppen, kunnen we ook geen inzicht verwerven.

 

We kunnen stoppen door oplettend te zijn bij de dingen die we doen: ademen, lopen, glimlachen. Maar onze gewoonte-energieën zijn vaak sterker dan wij. We zeggen en doen dingen die we niet willen zeggen en doen en naderhand hebben we er spijt van. We laten zo onszelf en anderen lijden en richten heel wat schade aan.

 

De energie van de oplettendheid hebben we nodig om onze gewoonte-energie te herkennen en erbij aanwezig te blijven opdat we deze vernietigingsrace kunnen stoppen. Door oplettendheid herkennen we de gewoonte-energie als zij zich manifesteert. Door het steeds weer opnieuw weet te hebben dat zij er is zal zij steeds meer aan kracht verliezen. En zo door het gebruik van de oplettendheid zal de gewoonte-energie ons niet langer overheersen.

 

En zo kunnen we het licht van oplettendheid laten schijnen op alles wat we doen.

 

De eerste functie van meditatie is: STOPPEN!

 

 

 

Vrije bewerking naar divers werk van Thich Nhat Hanh.